(Artikel gepubliceert in Veldpost nr. 35- 24 dec. 2011, 
Tekst: Nynke van der Zee, Beeld: Anne Zorgdrager) 

Foto in Veldpost
Twintig Lakenvelder kippen drentelen op een drafje naar hem toe wanneer Cees Spanjer de hoek om komt. Ze scharrelen het hele jaar gezellig rond de vakantieappartementen. Als boer op Terschelling is Cees niet alleen bezig met koeien, hij legt ook de vakantiegasten graag in de watten. Het is De Plek waar al acht generaties de eilandboerderij in stand hielden.

Aan de keukentafel buigt Cees zich diep over zijn grote mok koffie. Voor de geschiedenis van het boerenbedrijf aan de Hoofdstraat in het dorpje Lies moet hij ver terug in de tijd. “De allereerste boerderij zal hier in zestienhonderd-zoveel gekomen zijn, schat ik. Het nieuwe huis staat op de fundamenten van de oude woning en is door mijn grootvader gebouwd. De draagbalken die je ziet, zijn gemaakt van hout dat hier op het strand is aangespoeld”, vertelt Cees levendig. Als kind was hij al geïnteresseerd in de familiegeschiedenis.

Trots is hij dan ook op de oude verkoopakte uit 1809, die zijn moeder hem bij de bedrijfsovername in 1987 cadeau deed. “Daarop wordt vermeld dat iemand de boerderij verkoopt aan zijn zoon, die het zelf op zijn beurt al van zijn vader had gekocht.” 
Even flink terugrekenen maakt Cees en zijn vrouw Margriet de negende generatie eilandboer op deze unieke plek.
 

Zomervakantie in de stal
Als eilandboer moest je destijds creatief zijn om genoeg inkomsten te vergaren, weet Cees uit de overleveringsverhalen, die al jaren van generatie op generaties worden doorgegeven. Zo had zijn grootvader een winkeltje aan huis, waar hij onder andere pinda’s, snoep en servies verkocht. “Het verhaal gaat dat mijn vader als kleine jongen op een dag met zijn hoofd vastzat in één van de grote snoeppotten. Op heterdaad betrapt”, glimlacht Cees. Wanneer zijn vader en grootvader in 1953 samen gaan melken, telt het bedrijf zo’n achttien melkkoeien. Een redelijk groot bedrijf voor eilander begrippen. Toch ontwikkelt ook zijn vader al snel een eigen bron van neveninkomsten: onderdak voor eilandbezoekers van de vaste wal. 

Cees herinnert het zich nog goed. “In de zomervakantie gingen we in de stal wonen en verhuurden we onze woning aan gasten. Met een paar jute kleden maakten we een afscheiding, waar we zes weken lang met het hele gezin aten en sliepen. Dat zou ik mijn kinderen nou eens moeten voorstellen”, knipoogt hij. In 1966 bouwt zijn vader het eerste appartement. Al snel volgen er meer en verandert boerderij Spanjer in een gewild vakantieoord. Ook Cees ontdekt zijn eigen manier om naast het melken extra geld te verdienen. In de winter van 1979 start hij met de opleiding tot ki-inseminator. Vier wintermaanden lang verblijft de jonge boer aan vaste wal om in Oenkerk en Meppel het vak te leren. Geduldig wacht hij op het moment dat zijn buurman, in die tijd de enige inseminator op het eiland, zijn taken aan hem overdraagt. Het begin van een drukke carrière, waarin hij dag en nacht klaarstaat om Terschellinger boeren van nieuwe aanwas te voorzien.
 
Slopende bouwboer
Zijn eigen plannen om het familiebedrijf uit te bereiden met een nieuwe ligboxstal draaien uiteindelijk op niets uit. In 2003 besluit Cees zijn melkquotum te verkopen en gaat hij verder met kalverenopfok. Plotseling kan de drukbezette boer, die nooit de tijd had om ook maar op de klok te kijken, de uren, minuten, zelfs seconden tellen. Doodongelukkig wordt hij ervan. 
Zonder ervaring maar met een flinke dosis doorzettingsvermogen meldt Cees zich op een ochtend bij het plaatselijk bouwbedrijf. Of hij misschien kan helpen bij een sloopklus. Zijn hulp komt als geroepen. “Nadien ben ik nooit meer een dag vrij geweest”, grijnst de bouwboer. Van maandag tot woensdag is hij te vinden op de bouwplaats van een ander, de overige dagen bouwt hij aan zijn eigen project. Een potstal waar naast plaats voor zijn schapen ook ruimte zal komen voor zijn nieuwste uitdaging: vleesvee.
 
Vlees van het eiland
Op laarzen wandelt Cees met ferme passen het weiland in. Zoals dat hoort op een eiland waait de zeewind hem stevig in het gezicht. Geconcentreerd wijst hij naar de zwarte stippen in de verte. “Dat zijn ze.” De kleine vlekjes doen van veraf niet vermoeden dat daar, onder aan de dijk, een groep van vijftien imposante Aberdeen Angus koeien graast. “Niet te vergeten onze grote stier”, vult Cees aan. Vijf jaar geleden begon hij voorzichtig met de aanschaf van zijn vleesveestapel. Drie drachtige koeien en twee vazen zocht hij nauwkeurig uit. Inmiddels heeft het ras zijn hart gestolen. En niet alleen dat van hem, ook dat van zijn zoon Gaauwe (20), de potentiële tiende generatie. “Het lijkt hem prachtig om het bedrijf later over te nemen”, vertelt Cees zichtbaar trots. “Maar ik wil dat hij eerst gaat leren. Hij moet de keuze hebben om wat anders te gaan doen.”
De eilanders zijn te spreken over hun biefstukje, dat alleen bij de eilandslager in de vitrine ligt. “Een uniek stukje vlees dat alleen op Terschelling wordt verkocht. “Vleesvee is prima te combineren met mijn andere activiteiten.”
Een eilandboer heeft er altijd een zaakje naast.


Ecologische Boerderij Spanjer - Lies 18 - 8895KT Lies Terschelling - +31 (0)562 448905 - altijdgezellig(at)boerderijspanjer.nl
 Skal 6294 - NLBIO-01 - KvK 01043085 - BTW NL813439280B01

EKO-keurmerk Boerderij Spanjer Skal 6294 EU-landbouw

Alle rechten voorbehouden © Boerderij Spanjer 2017